Wat werkt echt tegen ongedierte? Gids voor vallen, lokaas en wering

Je vindt keutels onder de gootsteen, hoort 's nachts geritsel boven je hoofd, of de vliegen in de stal worden met de week erger. Dan wil je weten wat echt werkt, en niet een kast vol spullen die niets doen. Veel mensen beginnen bij de val, terwijl de winst vaak een paar meter eerder zit. Hieronder loop je per situatie langs de keuze: eerst kijken wat er zit, dan buiten houden, en pas daarna vangen.

Eerst kijken wat er zit

De vraag die het meest wordt getypt is niet welk middel het beste is, maar hoe je weet of je muizen hebt. Dat is ook de juiste eerste vraag: een rat vraagt om ander materiaal dan een muis, en geritsel op zolder komt soms van een steenmarter.

  • Keutels: muizenkeutels zijn klein en liggen verspreid langs looproutes. Rattenkeutels zijn duidelijk groter en liggen vaker bij elkaar.
  • Vraatschade: aangevreten hoeken van voerzakken, kartonnen dozen of isolatie.
  • Vetsporen: donkere veegsporen langs plinten en balken, of pootjes in het stof.
  • Geluid: licht geritsel in de avond past bij muizen. Zwaar gestommel en slepen boven het plafond past eerder bij een marter.
  • Zaagsel: verse gaatjes met fijn poeder eronder in balken of meubels wijzen op houtworm of boktor.

Leg een week lang vast wat je waar ziet. Dat kost bijna niets en het bepaalt waar je spullen neerzet. Zonder die stap zet je vallen op gevoel.

Buiten houden scheelt het meeste werk

Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen wijst erop dat de bouwregels openingen van minder dan een centimeter toestaan, terwijl een muis door zo'n kier makkelijk naar binnen komt. Een huis of schuur die volgens de regels is gebouwd, is dus niet automatisch muisdicht. Je kunt daar zelf iets aan doen.

Loop de buitenkant langs op kniehoogte en kijk waar licht doorvalt: onder een schuurdeur, bij doorvoeren van leidingen, bij ventilatieopeningen en onder de dakpannen. Fijnmazig gaas, roosters en deurprofielen vind je bij wering. Kies gaas met een maaswijdte waar een muis niet door kan en zet het vast, want los ingeduwd gaas wordt weggetrokken. De Rijksoverheid geeft daarbij een praktische waarschuwing mee: dicht kieren, maar houd je woning wel goed geventileerd.

Voor insecten geldt hetzelfde idee een maat kleiner. Komen er muggen binnen terwijl de horren dicht zitten, kijk dan naar de randen, het dakraam en de brievenbus. Horren vind je bij muggen. Hoe dit in de praktijk gaat, staat in ons artikel over vogels onder je zonnepanelen.

Klem, lokdoos of levende val

Het KAD werkt met een vaste volgorde: eerst weren, dan niet-chemische middelen zoals klemmen, en pas daarna een middel. Voor rodenticiden buiten geldt sinds 2017 dat je volgens die aanpak moet werken en een certificaat nodig hebt. Voor de meeste mensen begint het dus bij een klem of een doos.

  • Klem: werkt direct als je weet waar het dier loopt. Je controleert hem elke dag.
  • Lokdoos: zet je op plekken waar kinderen, de hond of de kippen bij kunnen komen, en waar je het aas droog wil houden.
  • Levende val: vraagt dat je minstens een keer per dag kijkt en vooraf weet wat je met het dier doet.

Over lokaas gaan opvallend veel zoekvragen: pindakaas of kaas. Pindakaas blijft beter zitten, maar alleen als je er weinig op doet en het aandrukt. Ligt het los, dan is het weg zonder dat de val afgaat. Zet vallen haaks tegen een wand in de looproute en begin met meer vallen dan je denkt nodig te hebben. Klemmen, lokdozen en lokstoffen staan bij rat en muis. Stap voor stap kiezen en plaatsen lees je in ons artikel over muizen in huis.

Bij mollen is de plek belangrijker dan de klem: je zoekt de gang tussen twee verse hopen, niet de hoop zelf. Zit er een marter op zolder of onder de motorkap, kijk dan bij marters naar gaas en afschermmateriaal. Voor vangen gelden aparte regels, zie de vragen onderaan.

Vliegen, muggen en fruitvliegjes

Bij vliegen helpt het om te scheiden waar ze zitten en waar ze ontstaan. Lijmplaten, vliegensnoer, strijkmiddelen en wespenlokstof vind je bij vliegende insecten. Dat pakt de vliegen aan die er nu zijn. Komen ze in een stal steeds terug, dan zit de bron vaak in vochtige mest of natte hoeken, en kijk je ook naar een larvenmiddel.

Binnen is een uv-lamp de rustigste oplossing. Je kiest tussen een model met een lijmplaat en een model met een rooster. Een lijmplaat houdt alles vast en geeft geen spatten, prettig in een ruimte waar voer of eten staat. Hang de lamp niet pal naast een open deur en niet boven een werkbank of voerbak; uv-licht valt het minst op in fel daglicht. Lampen en platen staan bij elektrische vliegenvallen.

Fruitvliegjes komen bijna altijd uit iets wat in huis staat: rijp fruit, een afvoer, een prullenbak of een plantenpot. Ruim de bron op en zet er een val bij. Alleen een val ophangen werkt bij fruitvliegjes zelden.

Zelf een middel aanbrengen

Gaat het om een middel, dan is het meestal een biocide. Lees voor gebruik het etiket. Daar staat voor wie het bedoeld is, waar je het mag gebruiken en welke bescherming erbij hoort. Doseringen staan op de verpakking.

Voor kleine kruipers zoals zilvervisjes of papiervisjes werkt droog maken en lokdoosjes plaatsen beter dan spuiten. Gels en lokdozen vind je bij kruipende insecten. Tegen spinnen neem je eerst de webben weg en behandel je daarna kozijnen, hoeken en de buitenrand van het huis. Bij houtworm en boktor raadt de Rijksoverheid aan een gespecialiseerd bedrijf in te schakelen. Bij dragende balken laat je het altijd eerst bekijken.

De spuit is zelf ook een keuze. Een drukspuit van een paar liter is genoeg voor kozijnen en hoeken. Voor een stal of erf is een rugspuit prettiger, omdat je langer vooruit kunt. Kijk of de spuit tegen het middel kan, want een zure vloeistof vraagt om afdichtingen die daar tegen kunnen, en spoel na gebruik door. Spuiten, lansen en nozzles staan bij spuitapparatuur. Maskers, handschoenen en overalls vind je bij persoonlijke bescherming; welke je nodig hebt, staat op het etiket van het middel.

Tuin, vijver en dak

Buiten wil je dieren meestal niet vangen, maar laten besluiten dat jouw dak of vijver geen fijne plek is. Bij duiven op een dak of balkon begin je met het weghalen van voedsel en zitplekken. Daarna kiezen veel mensen pinnen, netten, glinsterend lint of een laserlamp, te vinden bij vogel.

Bij een vijver is de reiger de bekendste bezoeker. Een net of draden over het water werkt voorspelbaarder dan een nepreiger, en een schuilplek op de bodem geeft je vissen rust. Netten, draden en middelen tegen slakken staan bij tuin en vijver. Per seizoen lees je dat in ons artikel over de reiger bij de vijver. Loopt het probleem in je borders op vier poten, dan helpt ons artikel over katten van de buurt in je tuin.

Veelgestelde vragen

Hoe weet je dat je van de muizen af bent?

Blijf kijken op de plekken waar je eerder sporen zag. Twee weken geen nieuwe keutels, geen vraatschade en lege vallen is een goed teken. Laat de wering daarna zitten; die voorkomt de volgende ronde.

Wanneer zijn wespen actief?

Wespen zijn vooral in de nazomer en op warme dagen druk, en overdag actiever dan in de koele ochtend. Werk je rond een val of een nest, kies dan een koel moment van de dag.

Mag je een steenmarter zelf verjagen of vangen?

De steenmarter is een beschermd dier. Verjagen of vangen mag niet zonder vergunning, en die wordt per provincie afgegeven. Wat je wel mag doen, is de ruimte ontoegankelijk maken en de auto afschermen. Informeer bij je gemeente of provincie voor je iets anders doet.

Werken apparaten met geluid of geur?

Die vraag komt vaak terug, bij muizen en bij marters. De ervaringen lopen sterk uiteen, en dieren wennen aan een prikkel die niets verandert aan hun situatie. Wering en vallen geven een voorspelbaarder resultaat.

Weet je niet welke aanpak bij jouw situatie past? Bekijk het aanbod bij ongedierte of stuur ons een berichtje met wat je ziet en waar. Dan denken we met je mee.

Bronnen: Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD), samenvatting Omgang met ratten en muizen in dierplagen. Rijksoverheid, Hoe kan ik ongedierte in huis bestrijden?

Terug naar blog